Feeds:
Berichten
Reacties

Deze week twee verhelderende kaarten gevonden.

De eerste (rechts van deze tekst) is een heel simpele weergave van de wijken in de buurt Manhattan van New York. Wij zaten dus in East Village (rechts onderaan).

De tweede is eigenlijk wel grappig: het geeft weer hoe New Yorkers denken over de rest van de Verenigde Staten.

Woordje uitleg bij de legende:

  • New York, greatest place in the world (spreekt voor zich)
  • Guidos (= oneerbiedige term voor niet al te snuggere Amerikanen van Italiaanse afkomst – zou je kunnen vertalen als “spaghettivreters”)
  • Cheese-steaks (verwijst naar Philadelphia, waar ze blijkbaar houden van zwaar en vettig eten)
  • Fucking Red Sox fans (de Boston Red Sox zijn het baseball team van Boston en huidig wereldkampioen, tot grote frustratie natuurlijk van de New York Yankees baseballfans)
  • Hippies
  • Rednecks, hillbillies, yokels, sister-fuckers (of in andere woorden: de achterlijke boerkens)

Géén t-shirt met “I love New York” aanhebben is soms niet genoeg. Als je wil doorgaan voor een local, moet je een aantal dingen echt uitstralen:

  1. Ongelooflijke haast
    Of je nu sneakers, flip-flops of pumps met hakken van 9 cm draagt: het is de bedoeling dat je er flink de pas in houdt. Als de metro op zich laat wachten, kijk je strak en verontwaardigd de tunnel in.
  2. Ongenaakbaarheid
    Een echte New Yorkers vertoont nooit okselvijvers, zelfs niet op het perron van de broeiend hete Subway. De vrouwen krijgen daarenboven nooit zichtbaar harde tepels eens ze in de koude airco zitten. Het lijkt bijna bovennatuurlijk hoe ze de weersomstandigheden trotseren. Dit komt in de buurt: neem een strijdbare, maar onuitgesproken “heb ik iets van u aan of wa” houding aan.
  3. Onbereikbaarheid
    Hou gsm, iPhone of Blackberry in de ene en een beker met koude koffie of Snapple in de andere. Zet een zonnebril op of staar gedreven in de verte. Geen oogcontact!
  4. Onverschilligheid
    Al ligt er een puppie te sterven van honger en kanker langs de kant van de weg en kan alleen een dollar coin van jou dit beestje nog redden: het kan verrotten. Jouw probleem niet. Tenzij het een chihuahua is, misschien.
  5. Het accent
    New York is Noo Yoak, 33rd Street is eigenlijk Toidy-Toid Street en spreek Houston Street uit alsof er Houseton staat. Nee, eigenlijk is alleen dat laatste waar. Maar als je een meisje bent: “And I was like, ‘Uhhh!’ And she went like ‘Uhhh!’ ” is jouw mantra. Voor mannen volstaat een occasionele “What the fuck“.

Bonus tip.
Als je de finesses hiervan een beetje maar nog niet helemaal onder de knie hebt, word je aangeklampt door verloren gelopen toeristen (vaak Amerikanen, trouwens). Maar die kan je makkelijk afwimpelen met “I don know man, I’m from Brooklyn.” No questions asked.

I love New York

Stel dat je de toeristen in New York moet onderverdelen in twee grote categorieën: de idioten, en de rest. Dan zou je helemaal niets hoeven te doen, want de idioten maken zichzelf spontaan super herkenbaar door rond te lopen met zo’n “I love New York” t-shirt. Die maar 1 dollar kosten in de buurten met hoge toeristendichtheid (Times Square, 5th Avenue en omstreken).

Toch hebben we in die zin flink de toerist uitgehangen door op die week tijd een lange lijst met bezienswaardigheden af te werken.  Zoals daar zijn:

  • Ellis Island (de enige Willaerts opgespoord)
  • Central Park (je moet er wel een stalen blaas voor hebben)
  • Washington Square Park (gekend van de barricade-scène in I Am Legend)
  • Times Square (gespeeld met fish eye lens)
  • The Statue of Liberty (erg fotogeniek)

En hier waren we wel, maar zijn we hard gaan lopen van zodra we kans zagen:

  • Empire State Building (eens boven ben je zo dolgedraaid dat je er meteen weer af wil)
  • Metropolitan Museum of Art (erg ouwelijke kijk op Kunst en bovendien antarctisch koud – dan liever Brooklyn Museum of het MoMa)
  • Museum of Natural History (krijsende kinderkuddes)
  • St. Patricks Cathedral (niet eens indrukwekkend voor wie de Sint-Rombouts kent, of de immense tristesse van de nooit afgerakende St John the Divine)
  • Little Italy (een parodie)
  • Chinatown (de geur van natte hond)

Een fotografisch vondstje

Een paar dagen geleden had ik het al in de vitrine van een klerenwinkel zien liggen en toen ik het vandaag in de koopjeshoek van FAO Schwarz aan -60% zag liggen kon ik niet weerstaan aan deze Lomography Fisheye Camera.

De camera werkt met gewone 35mm film, heeft een flits, voelt voor de rest een beetje plastiekerig aan, maar de foto’s in het bijgevoegde boekje zien er alvast veelbelovend uit. Het eerstje filmpje zit er natuurlijk al op, ik ben enorm benieuwd naar de resultaten.

Long island

We hebben jullie ondertussen al voorgesteld aan mijn goede vriend Howard. Nu, afgelopen zaterdag nodigde hij ons uit voor een feestje bij vrienden in Baldwin, Long Island waar Bad JuJu, de band van Alex, de zoon van Howard, zou optreden.

Ondanks zelf een beetje het gevoel te hebben dat we party crashers waren, werden we zeer vriendelijk ontvangen. Het feestje was ter gelegenheid van de “High School Graduation” van Rori, het nichtje van de gastvrouw (in mijn ogen een vreemde reden voor zo een groot feestje).

Een ding staat vast, in de eindeloze woonwijk Long Island weten ze alvast hoe ze een gezellig tuinfeest moeten geven. Zo vonden wij onszelf terug aan de rand van een zwembad met een biertje en eten ter hand, live muziek, vriendelijke mensen en een ondergaande zon.

Brooklyn Museum: Click!

Men zegge het voort: het Brooklyn Museum is één van de coolste van heel New York. We waren nog net op tijd om de retrospectieve van Murakami te zien, maar waren eigenlijk gekomen voor de fototentoonstelling Click.

Click is gebaseerd op “crowdsourcing”, een begrip gebaseerd op het boek “The Wisdom of Crowds: Why the Many Are Smarter Than the Few and How Collective Wisdom Shapes Business, Economies, Societies and Nations” (2004) van James Surowiecki. De idee is dat een collectief betere oplossingen kan bedenken dan individuen – een soort superdemocratie dus. Ondertussen wordt dit idee al een beetje als naïef afgedaan, maar voor Click! werkte het wel.

In maart 2008 werden fotografen uitgenodigd om werk in te zenden met als thema “Changing face of Brooklyn”. In totaal reageerden hierop 344 mensen, met foto’s die weergeven hoe drastisch deze buurt op een paar jaar tijd veranderde. In april en mei van dit jaar werden dan de foto’s geselecteerd die op de tentoonstelling zouden komen. En dit werk werd niet door de curatoren gedaan, maar door iedereen die daar zin in had. In totaal hielpen 3.344 mensen mee bepalen welke werken in de virtuele galerij kwamen te hangen.

In het museum zelf viel die ervaring wat tegen, omdat het maar over één vrij kleine ruimte ging, ergens tussen de Egyptische en Islamitische kunsthistorische collecties in. Wat wel tof was: er lagen iBooks waar je de hele collectie mét uitleg kon raadplegen, commentaren kon lezen en geven, en de foto’s twee aan twee kon vergelijken.

Van alle toeristenvalstrikken vallen de boottochtjes naar Liberty Statue en Ellis Island nog het meeste mee. Je moet alleen vroeg genoeg gaan aanschuiven, voordat de busladingen worden gelost (10:00 u).

In het American Family Immigration History Center op Ellis Island kan je opzoeken of er tussen 1892 en 1924 familie van jou is geëmigreerd naar New York. En wat blijkt? In 1910 is er een Willaerts naar New York getrokken, op zoek naar het grote geluk. Hij heette Camiel Willaerts, kwam uit Wachtebeke, en was met de Vaderland in 1910 uit Antwerpen vertrokken. Bij aankomst op Ellis Island moest hij 30 vragen beantwoorden. Sommige zijn erg logisch (Leeftijd? 43 jaar. Burgerlijke stand? Ongehuwd.) Andere zijn al erg gedetailleerd (Lengte? 5’7″. Kleur haar? Zwart. Kleur ogen? Groen.) En nog andere doen wel even de wenkbrauwen fronsen (Ben je polygamist? Nee. Ben je anarchist? Nee.) Maar deze laatste reeks vragen is al even bizar als de “Ben je een terrorist?” als je aankomt op JFK Airport.

Wat Camiel betreft: ik denk niet dat hij nog Willaertsjes op de wereld heeft gezet nadat hij hier aankwam. Volgens http://ww2.howmanyofme.com/ zijn er zo goed als geen met deze familienaam in de States.

Vandaag gekocht in de Virgin Megastore: een “St. Otto, Patron Saint of Parking” luchtverfrisser.

Om eerlijk te zijn heeft hij veel weg van Jezus, en dat terwijl het toch gewoonlijk moeder Maria is tot wie wanhopige parkeerders zich richten:

Mother Mary, full of grace

Please give us a parking space.

Bij Howard op Coney Island werkte het, echt waar.

Er zou een soort zwaluw bestaan die nooit landt. Eten, uitrusten, zelfs paren: alles doen ze in de lucht.
Hieraan moest ik denken toen ik vanmorgen in Le Basket een stapel pancakes met siroop naar binnen zat te werken en de New Yorkse wereld zag voorbij passeren.
New Yorkers doen àlles onderweg: ontbijten, koffie drinken, hun krant of hun e-mails lezen, naar muziek luisteren, telefoneren. En dat allemaal op flip-flops en de vrouwen soms zelfs op hoge hakken. Je herkent de typische New Yorker aan de vastberaden tred en de redelijk gespierde benen. En ik ben er zeker van: als ze ook te voet onderweg kinderen zouden kunnen maken, dan zouden ze het zeker doen.

Het MoMa, dankzij zijn strak afgesteld airco zonder twijfel het koelste museum van New York, heeft normaal gezien een boontje voor Picasso. Maar gisteren heb ik er een tentoonstelling gezien van dat andere Spaanse artistieke genie, Salvado Dalí.

Dalí hield niet alleen van zijn muse Gala, maar minstens even veel van de dollar. Hij werd dus geregeld ingehuurd voor reclame-affiches, boekillustraties en films. Wist je bijvoorbeeld dat Alfred Hitchcock voor zijn film Spellbound (1945) Dalí voor 4000 dollar inhuurde om vorm te geven aan de droomscènes?

Maar het mooist vond ik het nooit afgeraakte project dat Dalí in 1945 opzette met de Disney studio’s: Destino. Geloof of het of niet maar Dalí had veel bewondering voor Walt Disney, en de mengeling van de trieste Mexicaanse ballad “Destino”, de  trefzekere animatiestijl van de Disney studio’s en de surrealistische droomwereld van Dalí is zonder meer prachtig . Toch werd het project na 8 maand stopgezet, toen nog maar 15 seconden van de film geanimeerd waren. De neef van Walt Disney pikte het project onlangs weer op, en naar het schijnt zou het eind dit jaar uitkomen op dvd. Hieronder zie je een kort fragment.

Tom’s Restaurant

I am sitting
In the morning
At the diner
On the corner

Vereeuwigd door Suzanne Vega en Seinfeld (het is ook hier dat je het schilderij “The Kramer” aan de muur terugvindt) is Tom’s Restaurant een van de bekendere diners in Manhattan. Op de hoek van W 112th en Broadway kan je er van ‘s morgens vroeg tot in de late uurtjes terecht.

Netjes, goedkoop en zeer vriendelijk, dat allemaal maar toch viel ons opnieuw op hoe alles vooruit moet gaan in de Amerikaanse horeca. We hadden bvb nog maar net ons eten gekregen of de rekening lag al op tafel. Deze mentaliteit van ETEN, BETALEN, BUITEN is helaas kenmerkend voor de Amerikaanse cultuur. Zolang je consumeert ben je koning, maar zodra je gedaan hebt, dan kan je maar beter zo snel mogelijk ophoepelen.

Big trouble in little China

Nu ja, misschien niet zo erg als de dingen die Kurt Russel moest doorstaan in de gelijknamige film, maar ons bezoek aan Chinatown was toch wel een uitdaging.

We moesten maar enkele blocks afzakken op “The Bowery” en kwamen meteen in een andere wereld uit. Overal Chinese tekens, kleine mensjes en om Clo te quoten “de geur van natte hond”. Via canal street, de haarfijne grens tussen Chinatown en Little Italy kwamen we dan uiteindelijk terecht in Mott street waar we bij “Mr Tang” dineerden, waar ik goed nieuws vernam:

je zal wat geld of een klein stuk grond erven”

De grote uitdaging bleek echter het vinden van het subway station dat zich volgens onze kaart op Baxter Street maar uiteindelijk toch op Lafayette Street bleek te bevinden, wat we na 20 minuten dan uiteindelijk toch doorhadden.

POP UP MAP OF NEW YORK … FAIL !

It’s raining men

Vandaag weer een paar illusies armer:

  • De wachtrij voor de iPhone 3G zinkt in het niets bij die voor Ellis Island.
  • 911 was an inside job.
  • Strawberry Fields is geen veld en er zijn ook geen aardbeien. Verwacht absoluut niet meer dan wat verlopen hippies en zwervers op bankjes.
  • Het weer is precies zoals Claudia had voorspeld: 30°C  en zoals ze in Hamme zeggen, doef weer. Maar als het dan begint te regenen, worden alleen de toeristen nat. New Yorkers worden beschermd door een onzichtbaar regenwerend schild dat hen toelaat om gewoon al bellend te blijven door struinen.
  • In feite zien alleen Amerikaanse trucks er cool uit. Gewone auto’s schreeuwen met die bull bars of grilles “ik heb iets te compenseren” uit.
  • Blackberry’s kosten hier maar 99 dollar!!! Je betaalt wel 200 dollar, maar krijgt dan 100 terug in vouchers. En je moet voor 2 jaar bij AT&T een abonnement nemen van bijna 30 dollar per maand.
  • Iedereen kan eruit zien als Kanye West. Het enige wat je daarvoor nodig hebt is een simpele bruistablet. Meer weten? www.bekanyenow.com

Maar er is ook goed nieuws: het ultieme kleedje dat tegelijkertijd je borsten groter en je gat kleiner laat lijken, bestààt. Het hing bij Necessary Clothing en kostte 19.95 $.

En nu gaan we Chinees eten in Chinatown!

The Gee Whiz diner

Even een culinaire tip. Deze middag, toen we downtown aan het verkennen waren,  stootten we op “The Gee Whiz Diner” (op de hoek van Greenwich Avenue en Chamber Street). Een gezellige diner met typisch Amerikaanse gerechten aan democratische prijzen. Wij gingen voor de Gee Whiz burger deluxe (NSFYC “Not Safe For You Cholesterol”) en de spinach salad die geserveerd werd in een kom om u tegen te zeggen.

We zitten nog even op het dak van ons appartement met een sixpack Budweiser zo hard mogelijk die ergerlijke Zweden met hun sigaren te negeren. We hebben denk ik uitzicht op het dakterras van Moby, en op een prachtig verlicht New York by night.

  • Visa is belangrijker dan een visum
  • Onze contactpersoon met de Indisch klinkende naam ziet er ook zo uit (geweldige kerel overigens)
  • Die container met bouwafval staat hier nog altijd voor de deur
  • Het appartement is zonder meer fantastisch, echt waar
  • Howard is een hele lieve man
  • Coney Island is een soort Sinksenfoor op zijn retour
  • Het is hier tropisch warm maar de subway is inderdaad nog warmer, behalve in de treinstellen zelf
  • Stella is hier luxe-bier en toch overal te krijgen
  • Jetlag is een teef

We waren op dreef, zo op ons Teva’s, dus we zijn natuurlijk ook in de Apple Cube binnengeweest op 5th Avenue en 59th. De iPhone 3G, het nieuwste Apple-gadget dat globale hysterie weet te veroorzaken, is er pas op 11 juli. Rijen wachtenden waren er niet te zien, maar binnenin kon je op de koppen lopen. Vooral toeristen denk ik, die met hun vettige vingers aan alle Apple goodies zaten.

Over een paar dagen keren we wel nog eens terug, voor een Classic iPod 160 gig voor mij (voor in de auto), en voor oortjes-met-microfoon voor Gil. We hebben een foldertje met full specs and conditions voor de 3G iPhone meegenomen en de komende dagen gaat Gil eens goed de kleine lettertjes doornemen.

Het is hier ook solden

We hebben vandaag heel Fifth Avenue afgewandeld, en onderweg, ergens ter hoogte van 31st Street, kwamen we Cheap Jack tegen. Een winkel stampvol jurkjes uit de sixties.
Ik heb het ervaren als tien minuten intens door een stuk of 15 enorm interessante rekken graaien, om dan een minuut of tien te passen. Maar voor Gil moet het uren geduurd hebben, en volgens mij gaat die keihard wraak nemen op het moment dat we een zaak met vinylplaten tegenkomen.
Maar! Ik heb een uiterst flatterend zwart en zeer chic kleedje gescoord met zo van die zwarte bolle knopen schuin aan de voorkant. Dertig procent korting. *Kirt van vreugde.*

Coney Island

“Shoot the freak, shoot the freak” zo weergalmde het al toen we amper uit de auto waren. Howard reed vlak na onze aankomst met ons naar Coney Island, niet ver van waar hij opgroeide in de Lower Bronx. Coney Island is eigenlijk een kermis aan het water met freakshows, rollercoasters en aanverwanten die het hele jaar door open zijn.

Maar waar Coney Islad vooral voor bekend is, dat is Nathan’s waar, of zo wordt toch beweerd, de hot dog werd uitgevonden. We konden het ons natuurlijk niet laten om die eens uit te proberen. We zijn echter niet zo ver gegaan als de wereldrecordhouder die tijdens het 4th of july weekend er maar even 66 (!) naar binnen werkte.

Bleitbaby aan boord

Een boek dat ik ook nog in handen heb gehad om mee te nemen als reislectuur was het meesterwerk van Charles Darwin, “The Origin of Species”. Toch maar thuisgelaten, maar ik moest er weer aan denken toen we nog voor het opstijgen al getrakteerd werden op het gejengel, gebleit en gedrein van een naar schatting 18 maand oude vrouwelijke baby.
Volgens Darwin zou alleen de sterkste overleven, en in de oertijd zou dit betekenen dat huilbaby’s er als eerste aan gingen. Want zegt zo “etenstijd!” tegen een hongerige sabeltandtijger dan een huilende baby. En dat geluid draagt echt ver, zeker in een boeing 767. Ik versta dat ze moe zijn, die baby’s, en last hebben van het drukverschil, maar wat ik niet versta is dat ze dan alle energie die ze nog hebben steken in het produceren van zo veel mogelijk decibels. Geen wonder dat de mensen in de oertijd met moeite dertig jaar werden. Gewoon “op” waren die mensen tegen dan.

En we zijn vertrokken!

Brussels Airport

Wel, nog niet helemaal: we zitten naar het bord met de flappende letters te staren totdat onze vlucht verschijnt. Er is een staking aangekondigd van Flightcare, dus als het moet doen we alles met handbagage.

Tom’s Restaurant

The Seinfeld Chronicles ...

Voor wie dit beeld nog niet kent, dit is Tom’s restaurant, beter bekend als “Monk’s” uit Seinfeld. Deze diner in South Harlem is sinds de serie een belangrijke stopplaats voor elke Seinfeld-fan die NYC bezoekt. het is trouwens hier dat de richtlijnen van de legendarische aflevering “the contest” werden vastgelegd.

Monk’s is maar een van de vele Seinfeld-locaties die je in New York kan gaan bekijken. Zo kan je bijvoorbeeld eens een kijkje gaan nemen bij de echte soup-nazi of misschien kan je eens binnenwippen bij H&H bagel waar Kramer werkte, maar al jaar en dag staakte.

We gaan negen uur op het vliegtuig zitten, dus dan kan je maar beter goed leesvoer meenemen. We hebben ze zodanig uitgekozen dat we halverwege nog kunnen wisselen van boek.
Our books for NYC
Gil koos “Hammer of the Gods – the Led Zeppelin Saga” (1985) van Stephen Davis. Dit zou de ultieme definitieve en complete biografie zijn van een groep die sex, drugs and rock ‘n’ roll met veel overgave belichaamden.

Voor mij wordt het “The Salmon of Doubt” (2002), een postume verzameling van stukken uit een roman waar Douglas Adams aan bezig was toen hij stierf. De titel verwijst naar de Zalm der Wijsheid, die voorkomt in één of andere Ierse legende.

All packed up and ready to go !
- Mijn muze
- Nikon D70s om Joel Meyerowitz-gewijs 5th avenue af te schuimen.
- Macbook om foto’s te verwerken en te bloggen
- iPhone voor muziek op het vliegtuig, mobloggen en localisatie als er wifi is en oh ja … bellen ( waarschijnlijk met een lokale pre-paid kaart).
- Belgische specialiteiten voor de Kaufmans ( mignonettes – chocotofs – “suzy” luikse wafels )
- Keith and the girl – shirt … ik moest Keith, Chemda, Patrice, Brolo, etc maar eens tegen het lijf lopen.

Concert van Feist op 9 juli

Groot was onze vreugde toen we zagen dat Feist, de band rond de Canadese zangeres Leslie Feist, optreedt nu woensdag in Prospect Park in Brooklyn, New York.
Het gaat om een benefietconcert, met de Argentijnse Juana Molina als voorprogramma. Hun muziek wordt omschreven als Pop rock, anti-folk, indie folk, of zelfs barokke pop maar ze vielen mij voor het eerst op in dat reclamefilmpje voor de iPod Nano. En sinds dat ik Gil ken, heeft haar muziek er nog een speciale betekenis bij gekregen.

Zopas sloeg de vreugde om in lichte paniek, want dit zegt de ticketsite:

We couldn’t find tickets that matched your request.

We blijven proberen!

Grote gele taxi

Wat echt opvalt in films over New York: 1 auto op 3 is een Yellow Taxi, of het scheelt niet veel. Nu hebben we de gigantische luxe dat Gil’s vriend Howard uit Long Island (hello, Howard!) erop stond om ons persoonlijk op de luchthaven te komen oppikken (thank you, Howard!) en heelhuids af te leveren aan dat fameuze appartement op 3rd street.

Maar het kan heel goed zijn dat we in de dagen erna toch eens gelijk de echte “Taxi!” roepen en erin springen. Hoe weet je dan hoeveel geld je op zak moet houden om de chauffeur te betalen?

Via de website http://www.worldtaximeter.com/ (ook verkrijgbaar in mobiele versie) kan je berekenen wat een taxirit van a naar b in de grootste steden zoal zou mogen kosten. Voorbeeldje: de rit van John F. Kennedy International Airport to 73 E 3rd St in New York, NY, USA zo rond de middag is zo’n 30 km en zou maar een half uurtje duren (dat laatste weiger ik te geloven, maar we zien wel). Deze rit zou zo’n 45 dollar mogen kosten, de 10 tot 20% fooi voor de chauffeur inbegrepen.

Straatfotografie

Wie we wel eens zouden kunnen tegenkomen in de ondergrondse van New York is fotograaf Markus Hartel. Die maakt met zijn Leica hele straffe zwart-wit foto’s van het dagelijks leven in New York. Je moet zeker eens gaan kijken op zijn foto-blog Urban Views.

Zijn truuk doet me een beetje denken aan de manier waarop Gil afgelopen weekend op Rock Werchter sfeerfoto’s maakte voor de Humo site: losjes voorbijlopen alsof de modellen jou niet interesseren, en dan als ze het niet meer verwachten snel een foto “schieten”.

Hieronder een foto van Markus Hartel, niet toevallig “Apple Store 5th Ave“.

Onder de grond

In 1998 was ik ook al in New York (met Nathalie), en toen deden we veel te voet of met de bus. Want de metro in New York, zo met twee meiskes, nee.
Zegt Gil dat de New York City Subway één van de meest efficiënte manieren is om zich te verplaatsen. Wat ik niet wist: het is het grootste metro-netwerk ter wereld, met in totaal 468 tussenstations en 369 kilometer spoor. Het is 24 uur op 24 open, 365 dagen per jaar. En alhoewel het “the subway” heet, is 40% van de ritten bovengronds.
Alles bij elkaar dus een heel efficiënt en indrukwekkend systeem, dat elke dag opnieuw meer dan 5 miljoen mensen vervoert.
Er is maar één nadeel. Deze komt ook uit Overheard in New York

Conductor: Hello, and welcome to the mobile sauna bath.

Als passagier op de Subway word je afwisselend gestoomd en bevroren, naargelang je tussen het volk gepakt of vlak onder de op “Noordpool” afgestelde airco staat. De extra straffe Rexona staat al klaar!

Ik heb een redelijk lang verlanglijstje van Engelstalige boeken die ik nog in huis wil halen. Dus een tochtje naar de dichtstbijzijnde Barnes & Noble (open tot kot in de nacht!) zit er zeker in. In de meeste van die boekenwinkels is er ook een Starbucks koffie. En dat fascineert mij enorm, die Starbucks. Langs de ene kant is de koffie die ze in Amerika zetten slapper dan heet afwaswater, maar langs de andere kant loopt iedereen daar op straat rond met een bekertje koffie met zo’n drinkdekseltje op.

Amerika is dus een natie van koffiedrinkers. Met de waanzinnigste namen voor al die mengelingen, zoals Tall Toffee Nut Latte with 2% Milk of Grande Skim Caramel Macchiato. Ik citeer de geweldige blog Overheard in New York:

We Don’t Serve That Here

Customer: A hot coffee, please.
Cashier: Huh?

–Starbucks, 28th & 3rd

Om dit soort pijnlijke situaties te vermijden heb ik dus al wat research gedaan en “mijn koffie” in New York is zonder twijfel een Tall Double Latte, dat is een dubbele portie van een klein straf espresso-achtig koffietje. Suiker doe ik er dan zelf wel in.

Onze buren in New York

Lage dollar of niet: het is niet simpel en zeker niet goedkoop om je verblijf te regelen in New York. Zeker niet als je zo dicht mogelijk bij het centrum wil zitten.

We prezen ons dus gelukkig toen we een heel schappelijk geprijsd appartement konden huren op 73 east and 3rd Street. Cash betalen bij aankomst, dat wel. Onze contactpersoon heeft een lange, Indisch klinkende naam waar ik zelfs niet aan begin. En we mogen onder geen enkel beding vlees mee brengen in het gebouw. Hare Krishna? Het kan. Ben dus wel benieuwd naar wat voor vogels we aan het (volledig macrobiotische, natuurlijk) gratis ontbijt gaan ontmoeten.

Tot zover allemaal goed nieuws. Via Google Maps kan je al eens zien waar het juist is, en omdat Google ook foto’s maakt van al die straten, konden we ook al eens een kijkje gaan nemen naar hoe die straat zelf eruit ziet.

We zitten vlak naast het hoofdkwartier van de Hells Angels in New York. Nog een chance dat ons appartement op de 7de verdieping is. Veel kans dat we zoveelste keer dat Born to be Wild van Steppenwolf wordt gedraaid, niet eens gaan horen.

Seaford

Een foto die ik vorig jaar nam niet ver van waar een goede kennis van me woont in Seaford. Een bezoek aan de familie staat alvast op het programma.

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.